Nederlandse pluimveesector maakt indruk met innovatie en veerkracht

Uit GD Pluimvee, september 2015: interview bij afscheid als Sectormanager Pluimvee GD

 

Jan Workamp, terugkijkend op elf jaar GD: “ Het is voor mij altijd een enorme drive geweest dat we als GD kunnen bijdragen aan het behouden en verhogen van de gezondheidsstatus in de Nederlandse pluimveesector.” 

Sectormanager pluimvee Jan Workamp heeft aangegeven toe te zijn aan een nieuwe uitdaging. Na een veelomvattende periode van elf jaar bij GD zal hij zich vanaf 1 oktober als ZZP-er op de markt begeven. GD Pluimvee vroeg naar zijn ervaringen.

 

Hoe kijk je terug op die elf jaar?
“Het was een boeiende periode waarin ik veel kennis en een uitgebreid netwerk heb mogen opbouwen en waarin ik prettig heb samengewerkt, binnen en buiten de organisatie. Er waren continu nieuwe ontwikkelingen, zowel binnen GD als extern in de pluimveewereld. Als GD zijn we in de positie een bijdrage te leveren aan het behouden en verhogen van de gezondheidsstatus in de Nederlandse pluimveesector, dat is voor mij altijd een enorme drive geweest.”


Waar ben je trots op?

“Op een aantal zaken kijk ik zeker met trots terug, maar ik wil benadrukken dat het gaat om inspanningen van het totale pluimveeteam van GD. Ik was graag actief van de buitenkant om zakelijke afspraken te maken; zonder de inhoudelijke ondersteuning van onze pluimveespecialisten en een goede uitvoering binnen GD van de opdrachten was ik daarin niet geslaagd. In hoofdlijnen ben ik vooral trots op het verbeterde relatiebeheer en de verbreding van onze werkzaamheden. Met de sector en met vrijwel alle spelers in de periferie, zoals dierenartsen, fokkers, broederijen, opfokorganisaties, farmaceuten en voerleveranciers onderhouden we op een gestructureerde manier contacten. Samen met investeringen in goede mensen en faciliteiten leidde dit tot verbeterd draagvlak en partnership. Met als resultaat: verbreding van ons werk zoals het beheer van CRA, een verdere invulling van VMP, het uitvoeren van onderzoeksopdrachten voor de sector en de periferie, het geven van nationale en internationale cursussen en de wereldwijde verkoop van diagnostica, grondstoffen voor labbepalingen.”


Waarover ben je minder tevreden?

“In gesprekken met pluimveehouders merk ik geregeld dat GD wordt geassocieerd met regelgeving. Ik krijg dan te horen: “omdat het moet van GD”. Op zich begrijp ik die beleving: GD stuurt in opdracht van EZ, voorheen het PPE, de verplichte onderzoeken aan en de pluimveehouder ontvangt daarna van ons een uitslag en een factuur. Ik vind het spijtig dat het ons onvoldoende gelukt is die beleving weg te nemen. GD doet deze werkzaamheden in algemeen belang, om de hoge gezondheidsstatus van de Nederlandse pluimveestapel te behouden. Als een buitenlandse delegatie uitleg krijgt over de unieke wijze waarop de Nederlandse sector de diergezondheid in beeld heeft en daarmee aantoonbaar en onderbouwd garanties kan afgeven, leidt dit altijd tot vertrouwen en dus tot aankopen van het Nederlandse pluimveeproduct. Ook had ik de hoop dat we samen met de sector verder zouden zijn met de uitwisseling van data en de koppeling van databases. Dat proces heeft veel met onderling vertrouwen te maken en daarom gaat het langzaam. Er is op verschillende plekken veel data beschikbaar die nu onvoldoende benut worden. Op dit terrein zijn nog veel voordelen te behalen voor het verbeteren van diergezondheid. Bovendien kan het bijdragen aan de verlaging van de administratieve lasten van de diverse ketenspelers.”

 

“Beter benutten van beschikbare data kan qua diergezondheid nog veel voordelen opleveren”

 

Hoe kijk je aan tegen de toekomst van de Nederlandse pluimveesector?
“Ik ben onder de indruk van de veerkracht en het innovatief vermogen van de Nederlandse pluimveesector. De AI-crisis van 2003 en 2014 en de vele eisen ten aanzien van milieu, energie, mestverwerking, welzijn, diergezondheid, voedselveiligheid en antibioticumgebruik zijn met daadkracht opgepakt. Het wordt tijd de beloning hiervoor te oogsten. In de legsector heeft de omschakeling van kooi- naar scharrelhuisvesting geleid tot een maatschappelijk geaccepteerde productiewijze. De mogelijke omschakeling naar hele snavels is nog een forse uitdaging, maar ook op dat gebied is de sector al met veel initiatieven aan de slag. De media-uitingen zoals ‘altijd weer voor een ei’ en niet te vergeten de ‘mmmEggies’ gaan bijdragen aan een beter imago, daar geloof ik echt in. Ook in de vleessector zijn er volop ontwikkelingen zoals het verstrekken van voer en water in de broederij of de uitkomst van de kuikens in de stal, de reductie in antibioticumgebruik en de bouw van energiearme stallen. Daarnaast krijgt de omschakeling naar de ‘Kip van Morgen’ nu echt vorm, in hoger tempo dan menigeen dacht. Met deze productiewijze kunnen we de welgestelde, kritische West-Europese consument bedienen, met naar mijn verwachting een positief effect op het imago van de hele sector. Daarbij moet worden voorkomen dat de gangbare vleeskuikenhouderij in een kwaad daglicht wordt gezet. Uitgevoerd binnen bepaalde kaders, vooral op het gebied van welzijn, verantwoord antibioticumgebruik en verlaging van de resistentie, is ook deze productiewijze in mijn ogen toekomstbestendig, zeker gezien de wereldwijd groeiende vraag naar pluimveevlees.”


Wat zie je als grootste bedreiging?

“AI staat met stip op nummer één. Het nieuwe fenomeen dat bepaald gevogelte drager van hoogpathogene AI kan zijn, zonder daar zelf aan te sterven, is zorgelijk. Eind 2014 hebben we meegemaakt welke desastreuze gevolgen dat heeft bij professioneel gehouden kippen. Dankzij constructief samenwerken tussen de pluimveehouders, dierenartsen, GD, CVI, ministerie van EZ, NVWA en de periferie bleef de schade relatief beperkt. We hebben samen veel geleerd in en van 2003. Gezien de wereldwijde situatie lijkt een volgende uitbraak een kwestie van tijd. Er wordt, naast noodzakelijk onderzoek, terecht aandacht gevraagd voor hygiëne: met een hoog hygiëneniveau verlaag je het risico op insleep én versleping van ziektekiemen, ongeacht het houderijsysteem, dus met of zonder uitloop. Een mooie slogan vind ik: “voor iedereen geldt: schoon het erf betreden en weer schoon kunnen vertrekken”. Als er wel een introductie van AI heeft plaatsgevonden, is alert optreden essentieel: dierenarts consulteren en melden. Drie aspecten dus: insleep, versleping, melden.”


Wat ga je na de GD-periode doen?

Ik begin als ZZP-er onder de bedrijfsnaam AviConsult. Ik ben zeer tevreden dat ik al vier opdrachtgevers heb mogen noteren, op het gebied van marketing, advisering en projectleiding, grotendeels in de pluimveesector. Het zal duidelijk zijn dat daar m’n hart ligt.”

 

 

tekst : Drs . Eva Onis